Waar je vroeger over ‘hiken’ moest spreken om het allemaal wat sexyer te laten klinken, kun je tegenwoordig behoorlijk goeie sier op Instagram maken met mooie foto’s van wandelingen door de natuur. Met dank aan de pandemie is het imago van wandelen aanzienlijk verjongd en opgehipt.

Ook pubers beginnen niet meteen te schuimbekken en met hun ogen te rollen als je voorstelt een flinke wandeling te maken. ‘Als de kinderen niet meer met ons op vakantie willen, gaan wij klimmen in de Alpen’, zeiden mijn man en ik de laatste jaren tegen elkaar. Na een tergend lange reis-pauze vanwege de virusproblemen en inmiddels goed op stoom gekomen door die eindeloze lockdown-ommetjes-in-eigen-land, konden we niet langer meer wachten; wij gingen gewoon deze zomer, met of zonder nageslacht. Maar dat bleek verrassend genoeg vooraan in de rij te staan toen we ons plan van een huttentocht door Oostenrijk kenbaar maakten. Twee van de drie wilden dolgraag mee. Door een agenda vergissing (iets met dubbele afspraken) bleek uiteindelijk alleen de 18 jarige zoon te kunnen maar dat we de hutten toen al voor vier personen hadden geboekt, kwam ons daar ter plaatse alleen maar goed uit. We kregen daardoor steeds een eigen slaapkamer en hoefden niet met anderen snurkende en pruttelende wandelaars op een ‘Matratzenlager’ te overnachten. De allergrootste meevaller van de week, mag ik wel zeggen, want van die slaapzalen had ik vooraf toch minder frisse visioenen.

Omdat dit onze eerste huttentocht werd, kozen we voor een route van drie dagen met twee overnachtingen. Ook wilden we graag een rondje maken, zodat we zouden beginnen en eindigen in hetzelfde dorp. Met die zoekcriteria vonden we na wat googlen de Bregrenzer Wald / Hoher Freschen tocht, die begint in Mellau, een dorp waar je ook prima schijnt te kunnen skiën en dat op 950 kilometer van Amsterdam ligt (met wat files en kleine pauzes reden we dat in 11 uur ).

De wandelroute had mijn man gedownload op zijn Garmin horloge, een must, want anders is de kans dat je het spoor bijster raakt met die matige wegbewijzering echt aanzienlijk. Ook mét horloge bestaat dat risico trouwens, maar daarover later meer.

Na een overnachting in Mellau vetrokken we de eerste dag om 9.30 met ieder een rugzak, waarbij ik de mazzelaar was die slechts een klein exemplaar met drie liter water en proviand hoefde te dragen. De mannen sjouwden de kleding voor alle weersomstandigheden (dus naast schone T-shirts, sokken en ondergoed ook regenpakken en warme fleece truien e.d), lakenzakken, kussenslopen en van die sneldrogende, lichte handdoeken. Dat je al je ideeën over leuk er uit zien overboord moest kieperen wist ik wel, ik had wel eens in een vliegtuig naar Canada gezeten, ook voor een actieve vakantie in de natuur en dat voelde alsof ik in een groot bedrijfsuitje van Bever Sport terecht was gekomen. Maar ik beken dat ik toch zo ijdel ben geweest ook een mascara in de toilettas te proppen (doet net ietsje meer voor me op de foto).

De eerste dag liepen we 17 kilometer, van 800 tot 1800 meter hoogte, door bossen, over alpenweiden tussen de Milka koeien met hun klingelende bellen, langs beekjes en tenslotte tussen de sneeuwresten. We kletsten honderd uit, vergaapten ons aan het natuurschoon, klaagden nergens over en zelfs toen we om drie uur ‘s middags de hut in zicht kregen, hadden we nog goede moed in de benen. Maar eenmaal op het terras aan de Apfelstudel en later van die parelende glazen Weissenbier, waren toch best een beetje moe. Lekker vroeg slapen dus en de volgende ochtend weer fris op. Over fris gesproken, de hut was brandschoon, aangenaam en kneuterig gezellig, zoals je ze kent van wintersport, met vergelijkbaar traditioneel berg-eten, denk aan sauerkraut mit kassler (iets minder geschikt voor de vegetarische mens onder ons, maar dat vergaten we maar even deze dagen).

Ook zoiets leuks, bij entree laat je de modder bergschoenen staan en kies je een paar Crocs-achtig schoeisel uit een mand, zodat je de vloeren niet vies maakt. Ik zei al, ideeën over mooi of lelijk betekenen niets meer in de bergen. Je kunt ook een paar sloffen in je rugzak stoppen natuurlijk, Birkenstocks werden ook gesignaleerd onder de andere gasten. De volgend ochtend vertrokken we om half negen naar een prachtig uitkijkpunt op 2000 meter waar we in een logboek, dat in een metalen kastje aan een ketting lag, blijmoedig onze namen schreven en een foto maakten naast het kruis Een van de velen foto’s van ons zelf naast een kruis op een top, want die tref je op alle hoogtepunten aan als markering in het katholieke Oostenrijk.

Toen we besloten dat we verder moesten, vonden we geen pad. ‘De Garmin zegt toch echt hier, over deze kam naar de volgende berg,’ zei mijn man, ook niet helemaal niet zeker van zijn zaak. Na drie keer met de ogen knipperen, was er inderdaad geen pad maar wel een kabel langs een bergwand waar je blijkbaar voetje voor voetje over een soort richel moest lopen. Alpine Erfahrung, Trittsicherheit und Schwindelfreiheit erforderlich, stond er op een bordje. We slikten wat, vroegen twee Oostenrijkse millennials die ook net aankwamen of zij voorgingen, maar nee zeg, ze bedankten vriendelijk voor deze uitdaging en keerden om. Dus restte niets anders dan diep ademhalen en gaan. Tot veertig stappen verder het water me door de mond bleef stromen, ik niet wist waar ik moest kijken en uiteindelijk in jammeren uitbarstte.

Man en zoon, die het zelf ook doodeng vonden, spraken moed in en weer probeerden we een serie stappen. Tot bij de volgende bocht de 18 jarige resoluut besloot dat de diepe afgrond voor ons net te veel van het goede was. Het euvel bleek dat wij de route andersom liepen, wat tijdens de planning te maken had gehad met de beschikbaarheid van de hutten. Daardoor liepen wij dit pittige stuk van de route bergafwaarts in plaats van stijgend, wat lastiger en vooral veel enger is omdat je voortdurend het ravijn inkijkt.

Terug naar de hut dus om te vragen of we onze volgende slaapplaats via een andere route konden bereiken. Vanaf toen belandde we op dat punt dat ook een Garmin even geen waarde meer heeft (want een nieuwe route valt niet de downloaden) en je moet vertrouwen op die schamele paar wegwijzers. Zonder precies te weten hoeveel langer de tocht zou duren en of we daadwerkelijk in de juiste richting liepen, zetten we door, daalden weer tot 800 meter en liepen uiteindelijk weer omhoog via een ander dal tot 1800, 25 kilometer lang, in 9,5 uur. Mijn paniekaanval had tot een omweg van toen kilometer extra geleid, daar kwam het ongeveer op neer. Het werd daarmee niet helemaal een moppervrije dag en de laatste uren hoorde ik mezelf regelmatig piepen ‘ik kan niet meer’. Maar natuurlijk kon ik nog wel. Ik moest wel.

Je hoort vaak dat het weer snel om kan slaan in de bergen en ook dat maakten we zelf mee die laatste loodzware uren in een dichte mist, met regen en een knorrende maag. Hoe glorieus is dan het moment waarop je de vermoeide benen op een houten bank kunt leggen en zo’n smakelijke Weissenbier en bratwurst mit kartoffelsalat voorgeschoteld krijgt in alweer zo’n gemütliche hut.

De laatste dag was de makkelijkste, met slechts 13 kilometer op de teller, terug door bossen en langs watervallen, maar wel in de stromende regen waardoor we die regenpakken tenminste niet voor niets al die tijd mee hadden gesjouwd.

De hoofdprijs was het verwenhotel bij aankomst in Mellau dat we met vooruitziende blik hadden geboekt. De rest van de dag doken we met onze afgepeigerde, verzuurde lichamen in de sauna en allerlei stoom- en bubbelbaden en ‘s avonds was er een fantastisch vier gangen diner. Met mijn favoriete Aperol Spritz in de bar proosten we op het voornemen om volgend jaar weer te gaan. Het liefst een dagje langer, het liefst in het Italiaanse Sud-Tirol en het liefst met ook de andere twee kinderen. Maar die hebben meteen na alle mooie foto’s en stoere verhalen toegezegd!

Praktisch

Er zijn met een beetje googelen allerlei aanbieders van georganiseerde huttentochten te vinden. Wij hadden zelf een route uitgestippeld en de hutten aangeschreven. Kan dus ook net zo goed. De op site https://www.alpenverein.de vind je allerlei tochten. Het verwenhotel bij aankomst is een warm aanbevolen tip! https://sonnemellau.com

Moet je getraind zijn?

Er zijn voor ieder niveau tochten te vinden. Wij zijn allemaal vrij sportief en kunnen makkelijk een hele dag lopen al was ik redelijk kapot na dag twee maar dat was vooral door het opnieuw dalen en weer stijgen en de morele tegenslag van de lange omweg.

Wat kost het?

Weinig. Alles bij elkaar, dus inclusief benzine en hotels op de dag van aankomst en vertrek, hutten en maaltijden etc nog geen 1500 euro.

Esther Goedegebuure


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Volg ons op Instagram

CHECKIN BALIE

Welkom op Your Check-in, waar de leukste, meest bijzondere en memorabele belevingen in binnen- en buitenland worden gedeeld.

SNEEUWPRET